een blog over de 19e eeuw en nu...

een blog over de 19e eeuw en nu...

Over dit Blog


Vanuit mijn praktijk als beeldend kunstenaar ga ik twee interessegebieden onderzoeken. Het eerste is de Franse 19e eeuwse historieschilderkunst en het tweede hoe kunstenaars in die tijd omgingen met de vrije en gecensureerde pers. Ik breng dat in verband met hedendaagse actuele ontwikkelingen en het engagement van waar uit ik mijn werken maak. Op dit blog zal ik reflecteren op mijn oeuvre en de bronnen die ik heb onderzocht, maar het is nadrukkelijk ook een blik vooruit.

Serendipiteit

ManetPosted by Stijn Peeters Tue, December 11, 2018 09:20:59

Gisteren bekeek ik een fotoserie op de site van the Guardian. Foto’s van Philippe Blet en Kamil Zihnioglu toonden graffiti op gebouwen naar aanleiding van de protesten van de gele hesjes. ( 1)

Opvallend waren daarbij historische leuzen zoals “Macron = Louis 16”, een verwijzing naar Lodewijk XVI, in 1789 met de guilottine terecht gesteld. Politieke teksten als ‘Taxera les Riches’ en ‘La crise climatique est une guerre contre les pauvres’, en zelfs een Bijbelcitaat “Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen”. Maar het meest opvallend vond ik deze foto.


Op de halve cirkel achter de sokkel zie je mensen met manden, kruiwagen en spades, tegen de sokkel geleund staan 4 mannen, waaronder een schilder met een palet in de hand , een metselaar en een architect, het beroep van de man linksvoor herken ik niet direct. Door de graffiti kan “insurrection Populaire” kan ik de naam van de man aan wie het monument is gewijd niet goed lezen. Na wat zoeken met behulp van de eerste vier letters Alph kwam ik er achter dat de figuur op de sokkel Jean-Charles-Adolphe Alphand (1817-1891) was. Landschapsarchitect onder de beroemde Baron Hausmann verantwoordelijk voor de aanleg van parken ( Bois de Boulogne) en de groenvoorziening van de nieuwe boulevards. Dus niet direct een socialist of strijder voor de rechten van arbeiders wat ik eerst vermoedde en de tekst als een appèl aan een historisch voorbeeld, maar eerder een voorman die zijn medewerkers en arbeiders aanstuurt.

Ik ontdekte dat het monument is vervaardigd door Jules Dalou, de man met de baksteen in de hand, leunend op de halve cirkel is dus de beeldhouwer en geen metselaar. De namen van de anderen zijn ook bekend. Architect Bouvard, schilder Roll, en ingenieur Huet. Zeker interessante namen, maar ingaan op hun carrières leidt af van de hoofdlijn van dit verhaal. Bij het zoeken naar Alphand kwam ik de volgende pdf tegen


Opvallend dat deze link na een dag niet meer werkt en een foutmelding geeft Error 404, mogelijk een vorm van ‘linkrot’ ook alweer zo’n opvallende term gezien het natuurlijke karakter van Alphand’s werk. Maar die afbeelding op de voorzijde! Heeft die geen overeenkomsten met Manet’s ‘View of the Universal Exposition of Paris, 1867’?


Bij het doorbladeren van mijn eigen verzameling boeken en doorzoeken van het internet kom ik geen enkele verwijzing naar deze afbeelding tegen. T. J. Clarke’s ‘The Painting of Modern Life’ heeft het schilderij zelfs op de omslag.


In ‘Art and Politics of the Second Empire, The Universal Expositions of 1855 and 1867’ van Patricia Mainardi wordt dit werk uitgebreid beschreven en worden ook een paar bronnen aangehaald. Echter niet deze prent. Mainardi’s interessante analyse van dit werk beslaat zeven bladzijdes en het voert te ver om hier uitgebreid op in te gaan. Een paar zinnen die me opvallen; “Because it is the only painting of the Universal Exposition, and because Manet’s intention was clearly to create a major work summing up both the event and his own aesthetic principles, issues both public and private, both aesthetic and political,can be illuminated through an analysis of this one painting.” ( ...)” This was Manet’s first –and last- view of Paris, and if he painted it on the motif it would be his first plein-air picture”. (...) “Manet, whom Zola had recently defended against the accusation that his painting was as primitive as Epinal prints, has here adopted a similar spatial disjunction and taken it even further. He has dropped out the middleground completely and jammed together the two areas of maximum interest, the immediate foreground and the distant panorama”.

Mainardi haalt de Epinal prent aan als bron ( Pinot et Saciare, General View of Paris and the Universal Exposition of 1867, Bibliotheque Nationale, Paris), Berthe Morisot’s schilderij ‘View of Paris from the Heights of the Trocadero, 1872, Santa Barbara Museum of Art en de gravure geplaatst onder de koptekst van de officiële tentoonstellingspublicatie ( L.Dumont, LÉxposition Universelle de 1867 illustrée). Maar nergens is de toevallig door de graffiti op het monument ontdekte illustratie te vinden.

Wat denken jullie? Zou dit een toevallig gevonden bron kunnen zijn?

1. https://www.theguardian.com/world/gallery/2018/dec/03/words-on-the-street-graffiti-of-the-paris-protests-in-pictures

2. Photograph: Kamil Zihnioglu/AP

3. https://www.parcsetjardins.fr/docs/data/actualites/documents/1016-1494.pdf





  • Comments(2)//blog.stijnpeeters.com/#post8

Lagen op elkaar

ManetPosted by Stijn Peeters Mon, December 03, 2018 09:06:18

In de eerste 7 jaar van mijn kunstenaarschap schilderde ik landschappen of landschappelijke illusies. Dit laatste aspect werd gaandeweg steeds belangrijker, ik experimenteerde met de mogelijkheden van de verf om de illusie van een landschappelijke ervaring op te roepen. Een van de methodes die ik daarbij gebruikte komt in dit schilderij naar voren, een tweetonige Gersolaag, met daaroverheen gegoten bruingele dunne verf. Midden jaren 90 begon ik me steeds meer op figuurstukken en verhalen te richten.

In de natte geelbruine verf moet een vorm opgedoemd zijn die me deed denken aan een vrouw van Pieter de Hoogh. Eerder had ik al een hele serie studietekeningen gemaakt naar zijn schilderijen. Deze vorm heb ik duidelijker aangezet. Ik begon toen na te denken over haar partner. Dat moest een soort man zijn, maar dan kunstmatig. Vanuit de schets niette ik atelierkleding naast het doek tegen de wand en dit besloot ik zo realistisch mogelijk na te schilderen, als hoofd nam ik een silhouet op papier, ook dat schilderde ik na.

In die tijd las ik met grote regelmaat afleveringen van The Burlington Magazine. In het november nummer uit 1994 vond ik het artikel ‘Reconstructing Manet’s Velasquez in his Studio’ geschreven door Peter Rudd. Rudd weeft een web van invloeden, in een verwijzing naar Germain Bazin schrijft hij ; Manet’s engagement met de kunst van vroegere meesters toonde voor Bazin de groeiende betekenis van het museum aan als plek van instructie. De gevarieerde collectie bevorderde stilistische vrijheid, waarbij keuzevrijheid de plaats innam van het studeren als leerling van een enkele meester.”

Het schilderij waarnaar in de titel wordt verwezen bestaat alleen nog maar in fragmenten. Volgens Rudd zou het een verwijzing naar zowel ‘Las Meninas’ van Velasquez als naar Courbet’s ‘Atelier’ zijn geweest, met Manet als schilder op de plek van Velasquez. Hij maakt de koppeling met Manet’s ‘La Pêche’ een schilderij met invloeden van Caracci en wederom Courbet, (dit keer de Desmoiselles du Village’), in dit schilderij beeldt Manet zichzelf af als Peter Paul Rubens, met zijn toekomstige vrouw Suzanne Leenhof aan de arm. Beiden gekleed in 17e eeuwse kleding.

Het naschilderen van de opgeprikte kleding leverde niet het resultaat waar ik op had gehoopt. Het doek had nog meer nodig, extra lagen. Gesterkt na lezing van Rudd’s artikel besloot ik een van Courbet’s zussen, afkomstig uit het schilderij ‘Les Desmoiselles du Village’, over de dienstmaagd van De Hoogh heen te schilderen, ik liet deze echter wel half zichtbaar. Tegelijk nam ik ook de hond mee, ‘a frightful little bastard’ , met deze omschrijving kreeg ook hij/zij, bij de negatieve kritieken die het gehele doek opriepen toen het in 1852 op de Salon werd getoond, een veeg uit de pan.

Rudd voegt hier in zijn artikel nog een interessante , formele, observatie aan toe; Zoals in de landschappen van Caracci en Courbet bevat ook Manet’s landschap een nieuwsgierige hond die snuffelt aan de middenruimte. Waarbij hij het gebrek aan perspectivisch verloop lijkt te benadrukken en het naar voren trekken van verre objecten. Manet’s herneming van Courbet’s onderzoekende hond kondigt het gebruik van ‘platheid’ aan als bewuste ongerijmdheid die, net als zijn groene pigment de afwijzing van een geheiligde museumstandaard benadrukt. (eigen vertaling uit het Engels)


Stijn Peeters, Nr 695, 200 x 130 cm, 1996. Huidige locatie onbekend, in 2001 verkocht aan de Collectie van den Ende, Essen





  • Comments(0)//blog.stijnpeeters.com/#post7