een blog over de 19e eeuw en nu...

een blog over de 19e eeuw en nu...

Over dit Blog


Vanuit mijn praktijk als beeldend kunstenaar ga ik twee interessegebieden onderzoeken. Het eerste is de Franse 19e eeuwse historieschilderkunst en het tweede hoe kunstenaars in die tijd omgingen met de vrije en gecensureerde pers. Ik breng dat in verband met hedendaagse actuele ontwikkelingen en het engagement van waar uit ik mijn werken maak. Op dit blog zal ik reflecteren op mijn oeuvre en de bronnen die ik heb onderzocht, maar het is nadrukkelijk ook een blik vooruit.

Een stier in de studio

Het atelier...Posted by Stijn Peeters Fri, November 02, 2018 11:26:44

In 2011 werd ik uitgenodigd door Kunstpodium T om een expositie te maken met vier eindexamenstudenten van Nederlandse academies. De expositie was onderdeel van het leerling-meester-project. Toen al had ik moeite met de afstand die de term meester veroorzaakte en ik stelde de studenten voor om onze expositie leerling-leerling te noemen. Het had wat voeten in de aarde omdat ik ze niet wilde vertellen waarom. Pas tijdens de opening kwamen zij en de bezoekers er achter. Ik had mijn ruimte ingericht met het eindexamenwerk van de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving, afdeling illustratieve vormgeving, waar ik in 1982 was afgestudeerd. Op deze manier ontstond er gelijkwaardigheid met hun actuele positie en volgens mij een mooi historisch perspectief op een tijdsbeeld waarin vakonderwijs nog nadrukkelijk onderdeel van het curriculum van kunstacademies was.

Hieraan moest ik denken toen ik de brief ‘van Courbet’ aan de jonge kunstenaars van Parijs las. In de vorige blogtekst is te lezen dat de brief grotendeels geschreven bleek te zijn door Jules Castagnary. Castagnary, actief als jurist, journalist, kunstcriticus en politicus, (kom daar tegenwoordig nog maar eens om !), was zich sterk gaan engageren met de nieuwe stroming van het Realisme omdat hij daardoor kans zag maatschappelijke veranderingen teweeg te brengen.

Op 28 september 1861 organiseerde hij een bijeenkomst voor studenten die zich, uit onvrede over de manier van lesgeven, van de École des Beaux-Arts hadden afgekeerd. De bijeenkomst vond plaats in brasserie Andler, Courbet was daar zelf ook een regelmatige gast , hij woonde 4 deuren verder. De brasserie waar men goed bier schonk werd bezocht door Duitsers en voormalig bewoners van de Oostkantons, vooral was het een ontmoetingsplaats voor kunstenaars en schrijvers.

Deze afbeelding is afkomstig uit het boek Histoire anecdotique des Cafés & Cabarets de Paris van Alfred Delvau, 1862.

Tijdens de bijeenkomst werd besloten om Courbet te vragen een schildersatelier op te richten waar de studenten zich onder zijn leiding zouden kunnen richten op de moderne schilderspraktijk.

Courbet legt in de brief aan de studenten uit waarom hij niet in scholen gelooft; ‘het is niet mogelijk scholen voor schilderkunst te hebben, er zijn alleen maar schilders(…) Het is voor mij dan ook onmogelijk om in een schoolse vorm studenten op te leiden, om ze deze of gene kunsttraditie aan te leren. Ik kan alleen uitleg geven aan sommige kunstenaars, die dan mijn medewerkers in plaats van mijn studenten zouden zijn, over de methodes waardoor je, volgens mij, schilder kunt worden. Methodes waarmee ik dat sinds mijn vroege jaren heb geprobeerd. Ik zou iedere persoon volledige vrijheid geven. Op deze manier volledige controle over zijn eigen individualiteit, expressie en werkwijze geven. Om dit doel te bereiken zou de oprichting van een gezamenlijk atelier, indachtig de vruchtbare samenwerking binnen de Renaissance ateliers , een bruikbare vorm kunnen zijn. En kunnen bijdragen aan een nieuwe fase van moderne schilderkunst. Ik zou me met grote inzet ten dienste stellen om jullie te helpen dit doel te bereiken’. ( vrij vertaald naar de Engelse versie in ‘Courbet , Painter in Protest’ van Georges Boudaille )

Boudaille schrijft met onderkoelde humor; ‘Forty-two students, some of them dissidents from the Ecole des Beaux-Arts, agreed to pay 20 francs to hear Courbet expound his theory of Realism’.

Nadat Courbet zich op deze manier bereid heeft verklaard de collega-schilders onder zijn hoede te nemen gaat Castagnary aan het werk. ‘On December 6, 1861, Jules Castagnary had signed a lease ( to become effective on December 9) for an atelier at 83 rue Notre-Dame-des-Champs ( street level), where Courbet was to teach painting. Student applications began on December 9, and that same day thirty-one students registered.( Petra ten-Doeschate Chu)

Castagnary bespeelt de studenten en voedt ze met eigen inzichten; ‘Jullie zijn de regels en werkwijzes van jullie leraren beu. Jullie vermoeden dat deze tegen de nieuwe sociale ontwikkelingen ingaan; dat jullie door hen volledig te volgen een taal leren spreken die in de nieuwe maatschappelijke realiteit niet meer kan worden begrepen… ‘ En ook; ‘In de Renaissance was de studio een plek van samenwerking. De student schilderde met en voor de meester Het hedendaagse individualisme heeft het opzetten van een Renaissance atelier onmogelijk gemaakt’. Opvallend aan dit citaat is zijn gebruik van het begrip ‘meester’.

Castagnary schrijft nog in 1864,twee jaar na het einde van het experiment , in Les Libres Propos hoe hem voor ogen stond wat er precies in de studio zou moeten gebeuren; ‘als modellen zullen we alle visuele representaties van de Schepping hebben: stieren, paarden, herten, reebokken, vogels en ga zo maar door; en alle types die onderdeel zijn van de maatschappij, van de burger tot de arbeider, van de soldaat tot de boer, van de ploeger tot de zeeman. Op deze manier zal het geheel van natuur en maatschappij in al haar variëteit aan jullie ogen voorbij komen.’

De studio ging van start. Leraar/collega Courbet gaf maar één advies en dat was, volg geen adviezen op! In atelier hing een lijst met 4 geboden; 1. Doe niet wat ik doe 2. Doe niet wat anderen doen 3. Als je zou doen wat Rafael deed heb je geen eigen leven, zelfmoord. 4. Doe wat je ziet, voelt, doe wat je wilt doen

Na zijn aanvankelijke enthousiasme en de bereidheid om ‘alles te geven’, loopt Courbet toch al snel tegen zijn grenzen aan. In een brief aan zijn vader schrijft hij; ‘Dear Father , I apologize for not answering you sooner but you must take into account that in Paris I am not really my own man. I have important things that I must do here, that I cannot manage to do. I have too much of a following, especially recently, with all of modern painting converging around me. At last I have triumphed across the board’.

In maart 1862 valt het doek, het experiment, het atelier van gelijken, hield op te bestaan.


Veel verhalen over Coubet’s atelier gaan over de wit gevlekte rode stier die door de studenten werd bestudeerd, op deze afbeelding zie je de stier met begeleider, de schilderende studenten en Courbet rechts met palet( en schildermes) in de hand gereed om ter plekke correcties aan te brengen in het werk van zijn jonge collega’s.

Op deze afbeelding zie je alleen mannen,( inclusief de stier, ). Er werd door mannelijke kunststudenten ook naar vrouwelijk naakt geschilderd. Maar dat was voor vrouwelijke studenten verboden. Linda Nochlin toont in haar befaamde essay ‘Why have there been no great woman artists?’ uit 1971 overtuigend aan dat dat niet aan (vermeend) ‘vrouwelijke’ eigenschappen lag. Niet aan aanleg, talent, doorzettingsvermogen . Ze bewees dat het voor vrouwen eeuwenlang onmogelijk was om zich te bekwamen in de voorwaarden om ‘groot’ te worden. Om mee te doen in de hoogste regionen van de beeldende kunsten was het noodzaak om de vrouwelijke en mannelijk anatomie te bestuderen. Ook tot ver in de 19e eeuw was dat enkel een voorrecht van mannelijke kunststudenten.

Deze foto is uit 1855, (gemaakt zes jaar voordat Courbet zijn stier liet poseren). De modelklas voor vrouwen op de Pennsylvania Academy werkt onder leiding van Thomas Eakins, hun model, een koe.


Een grote 19eeeuwse dame , Rosa Bonheur, maakte van een nadeel een voordeel en werd wereldberoemd met haar dierenschilderijen. De majestueuze inrichting van haar atelier zet de enkele stier, de reebok en het mannelijke hert van Courbet toch in een ander kader.


(Een aantal bronteksten zijn door mij uit het Engels naar het Nederlands vertaald. Petra ten -Doeschate Chu, ‘Letters of Courbet’, University of Chicago Press, 1992 , Georges Boudaille ‘Courbet Painter in Protest’, New York Graphic Society Ltd, 1969. Linda Nochlin, ‘Why Have There Been No Great Women Artists?’ uit ‘Art and Sexual Politics’, Macmillan, 1971)





  • Comments(0)//blog.stijnpeeters.com/#post1