een blog over de 19e eeuw en nu...

een blog over de 19e eeuw en nu...

Over dit Blog


Vanuit mijn praktijk als beeldend kunstenaar ga ik twee interessegebieden onderzoeken. Het eerste is de Franse 19e eeuwse historieschilderkunst en het tweede hoe kunstenaars in die tijd omgingen met de vrije en gecensureerde pers. Ik breng dat in verband met hedendaagse actuele ontwikkelingen en het engagement van waar uit ik mijn werken maak. Op dit blog zal ik reflecteren op mijn oeuvre en de bronnen die ik heb onderzocht, maar het is nadrukkelijk ook een blik vooruit.

Ontwikkeling van de gele dwerg

Le Nain JaunePosted by Stijn Peeters Mon, January 07, 2019 13:04:32

Zoals ik in de eerste tekst over Le Nain Jaune aangaf vermoed ik dat de naamgever van het satirische tijdschrift is te herleiden naar de sprookjesfiguur van Madame d’Aulnoy. In deze tekst probeer ik ordening aan te brengen in de vele, in de tijd ontstane, varianten van de gele dwerg. Er is een lijn waarneembaar waarbij de naam onderdeel wordt van politieke en literaire tijdschriften en teksten. Er is ook een lijn die het sprookjesverhaal als aanleiding neemt en dit verder uitbouwt. En er is een naamgenoot van de gele dwerg wiens verhaal een dramatische wending krijgt.

Het eerste tijdschrift bestond van 1814 tot 1815, ging in Brussel een korte tijd door als ‘Le Naine Jaune Refugié’ en staakte de publicatie in 1816. In dat jaar werd Le Nain Tricolore, ou Journal Politique, des Arts, des Sciences et de la Littérature opgericht , een tijdschrift met bonapartistische sympathieën. Als snel werd de gehele redactie in een proces veroordeeld tot deportatie en verbleef 3 jaar in de abdij van Mont- Saint-Michel.

‘De drie literaire dwergen, of de onechte kinderen van de gele dwerg twisten over het stoffelijk overschot’.

Het voorwoord van het januarinummer van 1816 beschrijft wat de prent van de drie vechtende dwergen verbeeldde: “ Le Nain Blanc overleefde zijn prospectus niet, Le Nain Verte is wat minder bekend als de Groene Reus en Le Nain Rose zouden we vanwege de kleur van zijn enveloppe de dwergpapaver moeten noemen. Ze circuleren nog steeds zonder weerstand en zowat zonder lezers. Door hun bestaan ​​aan het publiek bekend te maken pretendeer ik niet om hun titel of kleur te verhelderen. Als enige zoon en erfgenaam van Le Nain Jaune , groot geworden in haar werkelijk Franse school, moet ik zeggen waarom ik nieuwe kleuren draag, aangezien ik in principe hetzelfde ben. ” Een verhandeling over de betekenis van de kleuren rood-wit-blauw volgt en het voorwoord besluit met; “alles voor het Vaderland en de Waarheid, dat is mijn devies en daaraan blijf ik trouw”. (1)

Een Engelse versie komt in 1818 uit ‘The Yellow Dwarf, a Weekly Miscellany’, een krant onder redactie van John Hunt, No 19, Catherine Street, Strand. (2) Ik vindt nog meer informatie over hem in een tijdschrift dat ‘The Law Advertiser’ heet onder het kopje ‘Insolvent debtors’. Hunt wordt genoemd als boekverkoper en uitgever van ‘the Examiner, London Weekly Newspaper’ ,blijkt actief te zijn geweest op vele adressen in London. Hij heeft zelfs enige tijd in Rouen gewoond, ik ben benieuwd of hij daar ook professioneel actief is geweest. (3)

Het eerste nummer van The Yellow Dwarf bericht onder andere over een rechtzaak tegen een collega-uitgever, mr. Hone, die parodiën op de eredienst van de Church of England zou hebben gepubliceerd. Het stuk zet kanttekeningen bij de aanklacht en voert argumenten aan om aan te tonen dat deze juridisch niet in orde is. Ook gaat hij in een artikel in op een uitspraak van J.B.M. Jollivet, gedeputeerde van de Assemblée Nationale, over de persvrijheid. “Persvrijheid is minder noodzakelijk in een Representatieve Regering dan in andere regeringsvormen. De pers vertegenwoordigt het enige instrument waarmee de waarheid kan worden bekend gemaakt, maar de menselijke passies zijn te onstuimig om de pers de vrijheden te geven die sommigen eisen. De enige vertegenwoordiging ligt bij de Koning”

Op 16 mei 1863 verscheen er in Frankrijk een nieuwe gele dwerg, dit keer als krant, met als hoofdredacteur Aurélien Scholl, deze Nain Jaune zou tot 1876 bestaan. Een illustratie in de kop van de krant van 2 augustus 1865 toont een dwerg di, gewapend met een kruisboog, opstaat uit zijn graf daarbij gadegeslagen door een groep burgers. (4) Ondanks dat de satirische lijn werd doorgezet was de krant minder politiek dan de eerste Nain Jaune en verlegde het accent naar de literatuur. Een imposante rij namen droeg bij aan deze publicatie, onder andere Théodore de Banville, Henry Rochefort ( ook bekend door het portret dat Manet van hem maakte), Emile Zola en Victor Hugo. Op een bepaald moment wordt ook Jules-Antoine Castagnary ( bevriend met Courbet, zie blogteksten 1 en 2) hoofdredacteur van het blad.

Sinds kort ben ik in het trotse bezit van “Album des Bêtes à l'usage des gens d'esprit” Een uitgave van Aurélien Scholl met teksten van hemzelf en van Charles Joliet. En 3 katerns met tekeningen van Grandville en Kaulbach. Als uitgevershuis staat vermeldt; Paris, Aux Bureaux du Nain Jaune, 1864.



De schilderende aap op het titelblad rookt een pijp met de afbeelding van Napoleon !


De reis van het sprookje.

Vanwege de grote populariteit van Madame d’Aulnoy’s sprookje werden er al in de 18e eeuw vertalingen gemaakt voor een Engels publiek. Deze richtten zich aan de ene kant op een publiek van adellijke dames en dames uit de gegoede burgerij,aan de andere kant werd het sprookje herschreven voor een publiek van kinderen. Over de vele verschillende uitgaven en de veranderingen in verhaallijn is een heel uitgebreid artikel geschreven door Évanghélia Stead. (5) Le Nain Jaune wordt The Yellow Dwarf en Toutebelle wordt princess All-Fair . Soms wint de dwerg maar in andere versies (ook om de tere kinderziel te ontzien) wordt de strijd gewonnen door de prinses.




Uitgaven in de reeks Walter Crane’s toybooks en een van Crane’s kleurenhoutsneden.

Al vrij snel werd het verhaal ook inspiratiebron voor een aantal theatervoorstellingen,pantomimes genoemd, waarvan ‘The Yellow Dwarf or Harlequin Cupid and the King of the Goldmines’ door Henry J. Byron de bekendste is. De eerste opvoering was in Covent Garden,London in 1869.

In het theaterspel wordt de rol van Gele dwerg als volgt gekarakteriseerd; “not the pink of politeness, but the in-carnation of villainy”. ( Niet het roze van de beleefdheid maar de belichaming van schurkachtigheid)

Refrein uit een van de liederen:

Bad,bad,bad as he can be,
Here in me one you see;
Most atrocious
In what’s wrong, and never right
I delight, boys, I delight
The Yellow Dwarf as bad as you could wish for,
Yes, I’m a fellow of the deepest dye,
The very deepest dye
Though I’m yellow

Er bestaan vele verschillende theaterversies zoals ‘The Yellow Dwarf or Harlequin and the son of the sunflower” van G.D.Pitt, en ‘Harlequin (and the) Yellow Dwarf or the enchanted Orangetree and the King of the Goldmines’, van T.L. Greenwood om er een paar te noemen. Een mooi voorbeeld van ‘appropriation art, artistieke toe-eigening, in een tijdperk van beperkte copyrights.

De rol van Gele Dwerg in een theaterproductie geschreven door James Robinson Planché werd gespeeld door Frederick Robson . Op een schilderij in het Victoria and Albert Museum , London wordt hij afgebeeld als Gam-Bogie. Een mooie verwijzing naar Gamboge, een heldere gele kleur afkomstig van een natuurlijke harssoort en het woord Boogeyman, boeman. Op deze afbeelding van slechtheid rijmt eigenlijk alleen de figuur Roark Jr, the Yellow bastard uit Frank Miller’s Sin City. Een door rijkdom en connecties onaantastbare sadist. Maar dan zijn we heel ver van de sprookjes voor kinderen afgedwaald.



Naamgenoten

In April 1894 verscheen het eerste exemplaar van ‘The Yellow Book’, een reeks uitgegeven door The Boldley Head. Onder leiding van Henry Harland als literair en Aubrey Beardsley als artistiek redacteur werden de gele boeken gevuld met teksten en afbeeldingen die moeilijk plaatsbaar waren bij andere uitgeverijen. Harland leverde vele korte verhalen voor de reeks Yellow Books en had er een handje van om pseudoniemen te gebruiken en de schrijfstijl en onderwerpkeuze per pseudoniem aan te passen. Zo schreef hij drie satirische teksten onder de naam ‘The Yellow Dwarf’. (6)


Het boek van Pascal Jardin gaat over zijn vader Jean Jardin, genaamd Le Nain Jaune. Een boek vol met anecdotes over een gelukkige jeugd en een vader als practical joker. Een familietragedie wordt zichtbaar als kleinzoon Alexandre in het boek “Des Gens Tres Bien” het collaboratieverleden van zijn grootvader, de gele dwerg, tijdens het Vichy Regime onthult. Tijdens de bezetting van Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog was Jean Jardin als kabinetschef verbonden aan de regering van Pierre Laval. Deze politicus, berucht vanwege zijn leidende rol in het Vichyregime en zijn collaboratie met Duitsland, werd kort na de oorlog wegens verraad gefusilleerd. Alexandre Jardin verkent in zijn boek de pogingen van zijn familie om de grootvader voor te stellen als een keurige ambtenaar, een simpele uitvoerder en probeert in het reine te komen met het verleden. (7)

Bronnen.

1. https://books.google.nl/books?id=QN1GAAAAcAAJ&pg=PP9&lpg=PP9&dq=le+nain+tricolore&source=bl&ots=7oXl7Net_N&sig=5PkeDtQx9IYUIwxFj-EzzQusL1k&hl=nl&sa=X&ved=2ahUKEwj31f2H7rXfAhXDb1AKHXgvBy4Q6AEwBnoECAQQAQ#v=onepage&q=le%20nain%20tricolore&f=false

2. (de nrs 1 -21 zijn via Google Books te lezen) https://books.google.nl/books?id=LHoeAQAAMAAJ&pg=PA8&dq=the+yellow+dwarf++j.hunt,no.19+Catherine+street+Strand&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiNpPLStbbfAhWB2aQKHTRPADgQ6AEIKzAA#v=onepage&q=the%20yellow%20dwarf%20%20j.hunt%2Cno.19%20Catherine%20street%20Strand&f=false

3. https://books.google.nl/books?id=AuMuAAAAIAAJ&pg=PA266&dq=publisher++j.hunt,no.19+Catherine+street+Strand&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwi0593ktbbfAhWMqaQKHeXvCtYQ6AEILzAB#v=onepage&q=publisher%20%20j.hunt%2Cno.19%20Catherine%20street%20Strand&f=false

4. Helaas vind ik slechts kleine afbeeldingen van deze voorpagina, mocht iemand een afbeelding vinden in een hogere resolutie dan houd ik me aanbevolen!

5. Évanghélia Stead, ‘Les perversions du merveilleux dans la petite revue; ou, Comment le Nain Jaune se mua en Yellow Dwarf’, in ‘Anamorphoses decadents: lárt de la défiguration, 1880-1914, etudes offertes a Jean de Palacio’. Presse de L’Université de Paris-Sorbonne, 2002

6. Over Henry Harlands activiteiten en schrijverscarriere in New York, Parijs en London zie Barbara Schmidt’s artikel, http://1890s.ca/PDFs/harland_bio.pdf

7. http://anyhow-anyhow.blogspot.com/2011/01/un-jardin-plein-de-ronces.html









  • Comments(0)//blog.stijnpeeters.com/#post10