een blog over de 19e eeuw en nu...

een blog over de 19e eeuw en nu...

Over dit Blog


Vanuit mijn praktijk als beeldend kunstenaar ga ik twee interessegebieden onderzoeken. Het eerste is de Franse 19e eeuwse historieschilderkunst en het tweede hoe kunstenaars in die tijd omgingen met de vrije en gecensureerde pers. Ik breng dat in verband met hedendaagse actuele ontwikkelingen en het engagement van waar uit ik mijn werken maak. Op dit blog zal ik reflecteren op mijn oeuvre en de bronnen die ik heb onderzocht, maar het is nadrukkelijk ook een blik vooruit.

Le Nain Jaune

Le Nain JaunePosted by Stijn Peeters Mon, December 17, 2018 11:24:49

Een van de aanleidingen om met dit blog en onderzoek te beginnen was mijn interesse in het combineren van hoge en populaire kunst . Hoe de wisselwerking tussen het elitaire en het volkse gestalte krijgt in de praktijken van beeldende kunstenaars. Het heeft ook alles met engagement en politiek bewustzijn te maken. De eerste keer kwam ik ‘de gele dwerg’ tegen tijdens het doorbladeren van ‘De wereld van Delacroix’ geschreven door Tom Prideaux. Op bladzijde 35 staat een zwart-wit reproductie van een tekening van 3 apen met het bijschrift; ”toen hij nog studeerde aan de École de Beaux Arts (1816-1817) begon Delacroix karikaturen te publiceren in een Parijse krant, Le Nain Jaune, onpartijdige sociale satire. Op Delacroix’ ets krakelen ‘drie letterkundige dwergen’ op een grafsteen waarin de resten van Le Nain Jaune rusten, naar aanleiding van een proces in die tijd waardoor de krant met sluiting werd bedreigd’. ( 1)

(2)

Op een kleurenafbeelding die ik vind op internet is te zien dat de vacht van de dwergen ( of apen) verschillend is gekleurd , ik wil graag denken dat het de kleuren rood-wit-blauw zijn, de kleuren van de Franse vlag. Hoewel het blauw neigt naar viridiaan en dus donkergroen. (2) De middelste aap probeert gele boekjes en witte papieren tegen de grijpgrage handen van de rode en witte aap te beschermen, dat is wat moeilijk omdat hij ook nog een grote ganzenveer en een narrenstaf vast moet houden. De ondertiteling van de prent luidt; les trois Nains Littéraires, ou les bâtards du Nain Jaune, Se disputant ses Dépouilles. Vertaald betekent dit ongeveer ‘De drie literaire dwergen, of de onechte kinderen van de gele dwerg twisten over het stoffelijk overschot’.

In de catalogus die verschenen is ter gelegenheid van de Delacroix expositie in het Louvre ( 3) vind ik een andere afbeelding en hier heeft de middelste aap een grijsblauwe vacht. Dat geeft maar weer eens aan dat het zinvol is om meerdere bronnen te raadplegen. Ségolène Le Men noemt de drie dwergen als vertegenwoordigers van elkaar concurrerende kleinere satirische ‘journals’. Delacroix woonde van 1807 tot 1820 in de Rue du Coq Saint Honoré, het adres waar ook de Martinet Libraire was gevestigd, deze eerste prent zou ‘in huis’ zijn gedrukt.( 3)

Delacroix en de karikatuur is een heel complexe materie, zo wordt er veel geschreven over prenten die gesigneerd zijn met EXXXXX . Een van Delacroix’ vroegste vrienden en eerste biograaf Achille Piron wist zich te herinneren dat Delacroix zou hebben meegewerkt aan twee karikaturen voor ‘Le Nain Jaune’ en in 1930 bevestigde Jean Laran in een artikel voor la Gazette des Beaux Arts dat de 6 letters inderdaad stonden voor Eugene. (4) Tegenwoordig wordt dit niet meer geloofd. Het British Museum, eigenaar van meerdere Delacroix prenten, meldt bij naam van de maker ‘formerly attributed to Delacroix’ .

Ik zal in een latere blog in gaan op Delacroix en de meer dan 20 litho’s die hij maakte voor Le Miroir.

Le Nain Jaune moet een echt collector’s item zijn geweest. Iedere vijf dagen verscheen er een katern van 24 bladzijdes in boekformaat, met iedere maand negen grote, uitvouwbare en handgekleurde karikaturen. (5)


Het tijdschrift werd vooral bekend als bedenker van twee nieuwe koninklijke ‘ordes’, waarmee ze in bedekte termen aanhangers van het voor-revolutionaire regime op de korrel namen. Een van die ‘ordes’ was de Orde van de Windwijzer ( La Girouette). De keren dat een staatsman met nieuwe regimes was meegewaaid bepaalde de hoeveelheid vaantjes waarmee deze werd afgebeeld, zoals te zien is op deze prent met een zeskoppige Talleyrand. De tweede ‘orde’ is ‘de Orde van de Domper’,of kaarsendover . (Chevaliers de l’Eteignoir), hiermee werd ingespeeld op de twee betekenissen van het woord verlichting. De kaarsendover werd een symbool voor de pogingen van ‘de Reactie’ om de klok terug te draaien en de vrijheid te beperken.



De leden van de Orde dragen kaarsendovers als hoed, Le Nain Jaune , 15 februari 1815.

In Juli 1815 werd ‘Le Nain Jaune’ bij Koninklijk decreet opgeheven. De uitgevers vluchtten naar Brussel, (toen onder Nederlands bestuur), en maakten in 1816 met ‘Le Naine Jaune Refugié’ een doorstart. Op deze manier kon het blad via smokkelwegen toch een Frans publiek bereiken. Maar een half jaar later werd de druk op Koning Willem I zo groot dat ook deze versie werd verboden.

Ik vermoed dat de naam van het blad een verwijzing was naar ‘Le Nain Jaune’, een sprookje geschreven door Madame d’Aulnoy in 1698. In tegenstelling tot veel sprookjes overwinnen in dit verhaal niet het brave, maar inhalige, prinsesje Toutebelle en haar ouders maar de wrede slechterik. Beloofd is beloofd en ook prinsesjes kunnen niet zomaar overal mee wegkomen. Ik heb voor dit vermoeden geen enkele verwijzing kunnen vinden maar het lijkt me zeer aannemelijk.


De gele dwerg op een Epinalprent en de naamgever van het tijdschrift

(1) De Wereld van Delacroix, Tom Prideaux , Time-Life Bibliotheek der Kunsten, 1971 Er is veel op dit tekstfragment aan te merken. Le Nain Jaune werd opgericht in december 1814 en werd in juli 1815, onder druk van de censuur, opgeheven. Delacroix’ prent is dus gemaakt na het opheffen van het blad. ‘Onpartijdige sociale satire’ is in verband met een politiek satirisch tijdschrift een vreemde bijzin. En het lijkt me een aardige discussie of de resten van een tijdschrift rusten in een grafsteen of in een graf.

(2) https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/btv1b6955849s.item

(3) Delacroix, Musée du Louvre, Éditions Hazan, 2018. ‘Delacroix et L’Estampe, door Ségolène Le Men, pagina 375.

(4) Jean Laran, ‘Péchés de Jeunesse d’Eugene Delacroix’, La Gazette des beaux Arts, janvier 1930.

(5) Censorship of Political Caricature in nineteenth century France, Robert Justin Goldstein, Kent State University Press 1989, pagina 101 e.v.





  • Comments(0)

Fill in only if you are not real





The following XHTML tags are allowed: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles and Javascript are not permitted.